Geen verlenging termijn vaststel­len medezeg­genschapsregeling

Geplaatst op 18 mei 2020

Per 1 juli is de Wmcz 2018 van kracht. Vanaf dat moment hebben zorgorganisaties een half jaar de tijd om afspraken over medezeggenschap vast te leggen. Gezien de coronacrisis vroegen LOC en brancheorganisateis om verlenging van deze termijn. Helaas heeft de minister dit verzoek niet gehonoreerd.

Geen verlenging

Het jaar 2020 verloopt volledig anders dan we vooraf hadden voorspeld. Het zou een jaar worden van nieuwe wetgeving. Waaronder de invoering van de Wmcz 2018, die nieuwe regels stelt rondom de medezeggenschap van mensen die zorg nodig hebben. Gezien de huidige situatie vroeg LOC samen met branchepartijen aan de minister om de vaststellingstermijn van de medezeggenschapsregeling te verlengen.

Helaas ontvingen we bericht van de minister dat dit verzoek niet wordt ingewilligd. Hoewel er bij het ministerie en de Inspectie begrip is voor het feit dat de focus nu ligt op het bestrijden van de crisis, houden zij vast aan de termijn van 6 maanden. Wel gaven zij aan dat de inspectie voorlopig niet zal handhaven op de bepalingen in de Wmcz 2018. Het ministerie en de inspectie geven “daarmee cliëntenraden en zorgorganisaties die daarvoor extra tijd nodig hebben de gelegenheid om zorgvuldig hun nieuwe afspraken vast te leggen”. Lees het volledige antwoord van de minister in deze brief.

Aan de slag met de Wmcz 2018

De komst van de Wmcz 2018 is een goede gelegenheid om de huidige vorm en structuur van medezeggenschap tegen het licht te houden. Wat is jullie visie op medezeggenschap? Sluit de huidige vorm en structuur aan op wat jullie graag willen? Wanneer je wijzigingen wil aanbrengen in de vorm of structuur is dit een goed moment, omdat afspraken opnieuw moeten worden vastgelegd. In dit stappenplan lees je hoe je te werk kunt gaan om tot nieuwe afspraken over medezeggenschap te komen.

Meer weten?

Download artikel als PDF

Praat mee! (1)

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Ton van Zijl 14 dagen geleden

Ik heb mij verbaasd over de modellen voor de medezeggenschapsregeling
De medezeggenschapsregeling wordt voorgeschreven in de Wmcz 2018 en dient als uitwerking per zorgaanbieder van een aantal onderwerpen die genoemd worden in artikelen van de wet. De opstellers van het model hebben de plaats van de regeling binnen de wet kennelijk niet zo begepen. De modellen wekken de suggestie dat de medezeggenschaps­regeling de medezeggenschap binnen de instelling volledig regelt en daarbij artikelen van de wet kan vervangen. De wet geeft specifiek aan welke wetsartikelen moeten worden uitgewerkt in de medezeggenschapsregeling. De regeling is dus aanvullend en vervangt of wijzigt in geen enkel opzicht de wet in de relatie tussen de zorgaanbieder en de cliëntenraad. De wet regelt WAT. Als het goed is beschrijft de regeling het HOE. En dat zo eenduidig mogelijk, zodat er geen misverstanden over zullen ontstaan.
De medezeggenschapsregeling is geen oprichtingsakte van een vereniging of stichting. Artikelen over doelstelling en taakopvatting horen niet in de regeling. De wet geeft aan wat het doel van de cliëntenraden is. En ook de taken van de raden zijn in de wet vastgelegd. Daar gaat de instelling dus niet over. De medezeggenschapsregeling is geen reglement of statuut. De regeling is zelfs geen overeenkomst. De wet bepaalt dat de regeling eenzijdig wordt vastgesteld door de instelling. Ondertekening van de regeling door de cliëntenraden is dus onjuist. Wel hebben de cliëntenraden instemmingsrecht op de regeling volgens de procedure van artikel 8 van de Wmcz 2018 (inclusief zonodig een gang naar de vertrouwens­lieden en de ondernemingskamer). Daarmee kan iedere cliëntenraad aanzienlijke invloed uitoefenen op de inhoud en kwaliteit van de regeling. De zorgaanbieder doet er daarom goed aan om alle cliëntenraden binnen de instelling te betrekken bij het vormgeven van de medezeggenschapsregeling.
Die ‘verenigings’ artikelen en de ondertekening door de cliëntenraden moeten er dus uit. Wat er ook uit moet, zijn de wetsteksten die (al dan niet versimpeld) zijn overgenomen als arti­kelen in het model. Dat wekt de indruk dat de zorgaanbieder in het overleg met de cliënten­raad over de regeling zou kunnen onderhandelen over artikelen van de wet. Onjuist is ook, bij voorbeeld, dat de zorgaanbieder in de medezeggenschaps­regeling opneemt hoe de commissie van vertrouwenslieden moet handelen of oordelen. Bij het parafraseren van wetsteksten bestaat bovendien het gevaar dat inhoudelijk wordt afgeweken, zoals in artikel 20 waarin de grenzen waarbij geen cliëntenraad meer verplicht is, worden aangegeven met minder dan 10 c.q. 25 zorgverleners, terwijl dit minder dan 11 c.q. 26 moet zijn. Overigens weer een overbodig artikel omdat dit al in de wet en de AMvB geregeld is. Al die wetsteksten er dus uit en alleen aanvullende afspraken over de procedures en details handhaven. Dat ruimt op en die ruimte zou dan kunnen worden benut om regels vast te leggen over de overlegvergadering tussen zorgaanbieder en cliëntenraad. Dat kan niet in een eenzijdig door de cliëntenraad vast te stellen huishoudelijk reglement.
Ook moet er meer aandacht zijn voor de daadwerkelijke invulling van faciliteiten, alsmede de secretariële ondersteuning en de inhoudelijke ondersteuning voor de cliëntenraden. Gebruik van het kopieerapparaat is één ding, maar het is niet vanzelfsprekend dat een lid van de cliëntenraad de agenda, de adviesaanvragen en dergelijke kopieert, postzegels plakt en zo meer. Daarnaast hecht de wetgever veel belang aan echt onafhankelijke ondersteuning van de cliëntenraad. Dat vraagt om een duidelijke uitwerking in de medezeggenschapsregeling. Bedenk dat separate afspraken en regelingen niet onder het instemmingsrecht van de wet vallen. (Geen voor cliënten geldende regelingen.)
Bij veel van de artikelen heb ik ook inhoudelijke opmerkingen, maar die laat ik nu maar even zitten en ik beperk me tot het model als ‘product’. De toelichtingen staan tussen de artikelen. Dat vertroebelt het zicht op wat daadwerkelijk wordt vastgelegd. Regelmatig staat in het artikel alleen het WAT (vaak een herhaling van de wetstekst), terwijl in de toelichting gepoogd wordt het HOE aan te geven. Maar aan een toelichting is niemand gehouden.
De indeling van de regeling zou veel beter moeten. Van elkaar verschillende onderwerpen in één artikel zetten is niet handig. Groepering van de onderwerpen in logische hoofdstukken of paragrafen vergroot de bruikbaarheid.  Als voorbeeld voor indeling: Definities ─ Instellen van cliëntenraden ─ Instellen centrale cliëntenraad ─ Samenstelling cliëntenraden ─ Samenstel­ling centrale cliëntenraad ─ Verdeling bevoegdheden ─ Betrekken cliëntenraad bij voor­bereiding besluiten ─ Contact met cliënten en vertegenwoordigers ─ Overleg cliëntenraad en zorgaanbieder ─ Advies en instemming ­─ Ondersteuning ─ Faciliteiten en kosten ─ Overige bepalingen.
Verder is het noodzakelijk om het model voor de centrale cliëntenraad te integreren. Een centrale cliëntenraad is een cliëntenraad in de zin van de wet, dus met dezelfde wettelijke regelgeving. In zo’n gecombineerd modelreglement, op het niveau van de gehele instelling, kunnen dan ook de verdeling van taken en bevoegdheden en de interaktie tussen decentraal en centraal eenduidig worden geregeld. Het onderbrengen van de verdeling in het model van de centrale cliëntenraad werkt verwarrend. Slechts in de toelichting wordt gemeld dat alle cliëntenraden binnen de instelling akkoord moeten gaan met de overdracht van advies- en instemmingsbevoegdheden. Maar in de regeling van de centrale clilëntenraad is opgenomen dat voor het wijzigen daarvan de instemming van de centrale cliëntenraad voldoende is. De wijze waarop de verdeling van bevoegdheden in het model is weergegeven past niet in een serieuze regeling met een juridische status. Artikelen die zonder de toelichting nietszeggend zijn. Voor ieder van de advies- en instemmingsrechten moet duidelijk in de artikelen van de regeling worden aangegeven of deze door de decentrale raden aan de centrale cliëntenraad worden overgedragen en waar nodig onder welke voorwaarden en met welke beperkingen.
Het idee om een bevoegdheid bij de centrale cliëntenraad te beleggen als het voorgenomen besluit voor de meerderheid of alle locaties zal gelden, gaat voorbij aan het recht op medezeg­genschap van cliënten van een locatie. Het uitgangspunt van de Wmcz 2018 is “lokale medezeggen­schap is de norm”. Dat moet niet worden beperkt door de zorgaanbieder als bedrijf en/of de centrale cliëntenraad als instituut. Waarom zouden cliënten – en de voor hun belangenbehartiging ingestelde cliëntenraad – rechten moeten inleveren vanwege het enkele feit dat er binnen de instelling nog andere locaties zijn. Daar komt nog bij dat het merendeel van de cliënten in de sector VVT zorg ontvangt van grote organisaties, die heel verschillende cliëntgroepen bedienen. De belangen van die verschillende cliëntgroepen (en ook van locaties) zijn niet altijd identiek en mogelijk zelfs tegengesteld. Onverstandig om dan rechten af te staan aan een centrale cliëntenraad die niet is ingesteld voor het behartigen van de belangen van de afzonderlijke cliëntgroep, maar wordt aangesproken op het ‘breder belang’ van de zorgaanbieder. Daarom behoren alleen advies- en instemmingsbevoegd­heden die duidelijk betrekking hebben op de belangen van alle cliënten van de zorgaanbieder te worden belegd bij de centrale cliëntenraad.
Ton van Zijl

Reageer op dit bericht

Deelnemers

Alle deelnemers

Nieuwsbrief

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.