Wetsvoorstel ‘resul­taatgericht beschik­ken’ flinke stap achteruit voor cliënten, ouderen en man­telzor­gers

Geplaatst op 21 februari 2020

Met het wetsvoorstel ‘resultaatgericht beschikken’ wil het VWS-ministerie een manier van werken invoeren waardoor de rechtspositie van mensen er flink op achteruit gaat. Het gaat om de rechtspositie van mensen die hulp nodig hebben uit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Zeven landelijke organisaties van cliënten-, patiënten- en ouderen, waaronder LOC, willen dat het voorstel van tafel gaat.

Bij resultaatgericht beschikken krijgen aanvragers van zorg vaak in vage of algemene bewoordingen een omschrijving van de hulp of ondersteuning waar ze recht op krijgen. In de praktijk leidt dit tot veel onduidelijkheid, onzekerheid en juridische procedures, over welke hulp er nu echt geleverd gaat worden.

In een gezamenlijke reactie op de internetconsultatie over het wetsvoorstel, vragen LOC, Ieder(in), ANBO, KBO-PCOB, Mantelzorg NL, Per Saldo en Patiëntenfederatie NL zich af voor welk probleem dit voorstel voor resultaatgericht beschikken een oplossing is.

Zij zien voordelen voor het Rijk, de gemeenten en een dominante rol voor aanbieders. Voor mensen met een hulpvraag kent dit voorstel belangrijke nadelen. Het verzwakt de positie van de cliënt, tijdens de onderzoeksfase. Terwijl het belang van die fase erg toeneemt. En de onzekerheid neemt ook toe, omdat gemeenten en aanbieders het ondersteuningsplan kunnen aanpassen, zonder dat dit opnieuw beoordeelt wordt. Hieronder een verdere uitleg.

Rechtszekerheid

Minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) doet nu dit wetsvoorstel na een reeks uitspraken van de Centrale Raad van Beroep (CRvB). De hoogste bestuursrechter heeft gezegd dat deze manier van werken in strijd is met de algemene uitgangspunten van rechtszekerheid. En dat dit niet genoeg duidelijkheid biedt aan mensen die zorg of ondersteuning nodig hebben. Met het wetsvoorstel probeert de minister om het resultaatgericht beschikken toch mogelijk te maken voor gemeenten. De brede coalitie van cliënten-, ouderen- en mantelzorgorganisaties vindt dat de minister er niet in slaagt om de rechtspositie van mensen met een hulpvraag daarbij overeind te houden.

De praktijk wordt te rooskleurig voorgesteld

Op verschillende punten wordt de praktijk te rooskleurig voorgesteld. Er wordt bijvoorbeeld gesteld dat met resultaatgericht indiceren ‘optimaal’  kan worden ingespeeld op de specifieke ondersteuningsbehoefte van iemand. Deze bewering wordt alleen niet onderbouwd. En de vele bezwaarprocedures en uitspraken van de CRvB geven een heel ander beeld.

Ook bestaat er een te positief beeld over de situatie in de aanlooptijd voor de besluitvorming over dit wetsvoorstel. Veel gemeenten die resultaatgericht indiceren toepassen, hebben hun beleid niet aangepast, ondanks de heldere uitspraken van de CRvB. Alleen mondige burgers die bezwaar maken, krijgen alsnog een indicatie in uren. Dit heeft het gemeentebestuur in Den Haag bijvoorbeeld zelf in een raadsbrief aangegeven.

Dominante rol aanbieder is ongewenst

‘Het wetsvoorstel springt lichtzinnig om met de afhankelijkheid van zorgaanvragers ten opzichte van zorgaanbieders en de gemeente. Dit is een ongelijke positie.’ De organisaties, waaronder LOC, vinden het onverstandig en ongewenst dat dit voorstel aanbieders een dominante rol geeft, in de fase waarin de hulpvraag onderzocht wordt. De onderzoeksfase wordt zo een onderhandeling met de aanbieder over welke hulp er daadwerkelijk geleverd gaat worden. Hierbij komen dan de (financiële) belangen van aanbieders al snel voorop te staan. Of ze bieden alleen die hulp aan die zij beschikbaar willen stellen. Maatwerk of passende hulp raken daarmee verder uit zicht.

Grotere onzekerheid door aanpassen ondersteuningsplan

Ook maken de organisaties zich grote zorgen over de mogelijkheid voor gemeenten en zorgaanbieders om de ondersteuning tussentijds aan te passen, zonder een nieuwe beoordeling. Dat kan er zomaar toe leiden dat mensen niet de zorg of ondersteuning krijgen die zij nodig hebben. Bijvoorbeeld omdat de gemeente gaat bezuinigen of dat de aanbieder te weinig personeel heeft of personeel op vakantie is. De extra flexibiliteit die de minister hiermee wil bieden komt vooral ten goede aan de aanbieder. Dit vergroot de onzekerheid van cliënten.

‘Resultaatgericht beschikken’ staat ook niet los van andere kwetsbaarheden in de dagelijkse praktijk. Gemeenten herkennen en erkennen de problematiek van mensen die een levenslange en levensbrede hulpvraag hebben niet genoeg. Dat leidt tot verkeerde antwoorden op de hulpvraag van mensen. Voor belangrijke zaken als dagbesteding en begeleiding zal het zeer ingewikkeld en omslachtig zijn om een ‘resultaat’ te formuleren.

Oproep

LOC, Ieder(in), Patiëntenfederatie Nederland, Mantelzorg NL, Per Saldo KBO_PCOB en ANBO doen de gezamenlijke oproep om het wetsvoorstel in te trekken. De oproep doen zij in hun reactie op de internetconsultatie voor dit wetsvoorstel, die hier te downloaden is.

Download artikel als PDF

Lees meer artikelen over:

Praat mee!

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deelnemers

Alle deelnemers

Nieuwsbrief

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.