Grote zorgen om de rechtspositie van mensen met een hulpvraag

Geplaatst op 25 juni 2019

Met de ratificatie van het VN-verdrag Handicap verplicht Nederland zich de rechten van mensen met een beperking of chronische ziekte te garanderen en te vervullen. Ruim één miljoen mensen met een beperking of chronische ziekte en ouderen krijgen zorg en ondersteuning van de gemeenten op basis van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). De Wmo schiet in meerdere opzichten tekort. LOC ziet, samen met Ieder(in), Per Saldo, Patiëntenfederatie Nederland en ANBO, dat het in de praktijk op essentiële punten niet goed gaat.

Brief aan Tweede Kamer

We maken ons zorgen over de rechtspositie van mensen met een (levenslange en levensbrede) beperking of chronische ziekte, de toegang tot zorg en ondersteuning voor mensen met een hulpvraag en hun mantelzorgers en de verkokering door de verschillende zorg- en ondersteuningswetten. In een brief aan de Tweede Kamer vragen wij om dit te bespreken met minister de Jonge van VWS tijdens het overleg op 26 juni.

Bezwaren resultaatgericht indiceren Wmo

Minister Hugo de Jonge (VWS) is van plan om ‘resultaatgericht’ indiceren voor gemeentelijke Wmo-zorg en -ondersteuning wettelijk mogelijk te maken. Dit stuit op grote bezwaren van patiënten-, gehandicapten- en ouderenorganisaties. Eerder zette de hoogste bestuursrechter al een streep door deze werkwijze. 
In de brief staat dat het plan van de minister de bodem wegslaat onder de rechtszekerheid van mensen die van gemeentelijke ondersteuning afhankelijk zijn en te veel uitgaat van ‘wensdenken’.

Bij resultaatgericht indiceren krijgt een zorgaanvrager niet langer een heldere indicatie (in uren), maar wordt in algemene, vaak vage omschrijvingen door de gemeente bepaald hoeveel zorg en ondersteuning iemand krijgt. Sommige gemeenten passen deze werkwijze al toe en dat leidt tot onrust, onzekerheid en klachten van zorgaanvragers. Mensen weten niet waar ze aan toe zijn en ze krijgen in de praktijk te maken met ontoereikende uren zorg en ondersteuning. Voor duizenden mensen blijkt een bezwaarprocedure of gang naar de rechter dan nog de enige mogelijkheid voor mensen om de noodzakelijke zorg rond te krijgen.

De Centrale Raad van Beroep (CRvB) en lagere rechters keuren het resultaatgericht indiceren keer op keer af omdat die in strijd is met rechtszekerheidbeginselen. De meeste betrokken gemeenten leggen deze uitspraken van de CRvB echter naast zich neer. 

In aanloop naar het overleg in de Tweede Kamer kondigt de minister aan door te zetten en het resultaatgericht indiceren in de Wmo te willen vastleggen. ‘Hij legaliseert dan een werkwijze die door de hoogste bestuursrechter strijdig met de rechtszekerheid is bevonden’, schrijven we in de brief. ’De minister kiest met dit voornemen partij voor de gemeenten en aanbieders die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering, hij kiest niet voor de mensen met een hulpvraag.’

Maatwerk in plaats van kortdurende en lichte interventies

De Wmo veelal lijkt te worden ingezet op kortdurende en lichte interventies. Deze interventies zijn voor mensen met een (levenslange, levensbrede) beperking of chronische ziekte niet passend en het stopzetten ervan leidt onmiddellijk weer tot problemen of verslechtering. Bijvoorbeeld bij mensen met een verstandelijke beperking, autisme of een progressieve spierziekte. De organisaties vragen of de minister dit herkent en bereid is om met gemeenten en PG-organisaties in gesprek te gaan om het maatwerk voor deze mensen duurzaam en meerjarig te regelen?

Domeinoverstijgende onafhankelijke cliëntondersteuning

Onderzoek laat zien dat de onafhankelijke cliëntondersteuning niet altijd goed is geregeld. Zorgaanvragers staan in de wacht voor deze ondersteuning en de onafhankelijkheid is niet gegarandeerd of staat zelfs onder druk. Onafhankelijke en vertrouwde cliëntondersteuning is van groot belang. De organisaties vragen of de minister bereid is om de knip tussen zorgwetten weg te nemen en in te zetten op domeinoverstijgende cliëntondersteuning die goed vindbaar is voor iedereen? En, Op welke manier – anders dan het Koploperproject waarin gemeente elkaar stimuleren – gaat de minister de onafhankelijkheid van cliëntondersteuners verankeren?

Voordelen Wmo en Wlz combineren

Mensen die met enige hulp thuis kunnen blijven wonen, krijgen zorg vanuit de Wmo. Mensen met een zwaardere zorgvraag kunnen een beroep doen op de Wlz. Wij constateren dat er weinig tussenvormen tussen de Wmo en Wlz bestaan, waarbij de voordelen van beide zorgwetten gecombineerd worden: (grote mate van) zekerheid van zorg én ruimte voor participatie. Welke mogelijkheden ziet de minister om de voordelen van ondersteuning uit de Wmo en zorg uit de Wlz te combineren? Mogelijkheden die beter bijdragen aan autonomie, burgerschap en participatie. Is de minister bereid onderzoek te laten doen naar tussenvormen van zorg en ondersteuning die zekerheid van zorg en ondersteuning geven én ruimte bieden voor participatie?

Lees de hele brief aan de Tweede Kamer

Download artikel als PDF

Lees meer artikelen over:

Praat mee!

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deelnemers platform

Meer bekijken

Nieuwsbrief

  • * Heb je onze nieuwsbrief eerder ontvangen en je afgemeld? Meld je dan aan via webmaster@loc.nl
  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.