Neer­waartse spiraal dreigt: sluiting behan­delplaat­sen specialis­tische ggz

Geplaatst op 16 mei 2022

Recent maakten meerdere ggz-organisaties bekend dat zij specialistische behandelplaatsen voor mensen met ernstige en langdurige psychische problemen (deels) willen sluiten. LOC Waardevolle zorg en aangesloten cliëntenraden maken zich grote zorgen over de schadelijke en landelijke gevolgen hiervan en vrezen een neerwaartse spiraal. Er moet nu ingegrepen worden om op de korte termijn te voorzien in een menswaardige oplossing. Voor de langere termijn wordt nog eens schrijnend zichtbaar hoe groot de noodzaak is om de ggz vanuit waarden van mensen te organiseren. Dit gaven wij mee aan de Tweede Kamerleden die de afgelopen weken met minister Helder in debat gingen, onder andere over deze voorgenomen sluitingen. Verschillende Kamerleden uitten zich flink kritisch over de ontwikkelingen en namen geen genoegen met de toezeggingen van de minister. Tijdens het tweeminutendebat dienden verschillende Kamerleden moties in. Onder andere om de voorgenomen sluitingen te voorkomen. Over deze moties stemde de Tweede Kamer op dinsdag 7 juni. 

Brief Tweede Kamer LOC sluiting specialistische ggz

In de brief van LOC aan de Tweede Kamer lees je uitgebreid over de ingrijpende gevolgen voor mensen die hierdoor direct en indirect geraakt worden, en onze zorgen en vragen daarbij. Ook benadrukken we de noodzaak om te werken aan toekomstige ggz-zorg die gebaseerd is op waarden van mensen. Hieronder lees je fragmenten uit de brief aan de Tweede Kamer. Lees de volledige brief.

Inmiddels heeft het debat plaatsgevonden, hieronder lees je kort een impressie. LOC Waardevolle zorg hoopt dat het debat er aan bij heeft gedragen dat cliënten, naasten en medewerkers wel wezenlijk invloed krijgen bij de verdere ontwikkelingen rondom de voorgenomen sluitingen en dat er spoedig structurele lange termijn oplossingen komen voor de specialistische ggz. Via dit bericht en de wekelijkse nieuwsbrief blijven we je informeren we over het vervolg.

Ingrijpende gevolgen voorgenomen sluiting

In de afgelopen maanden hebben onder meer de ggz-organisaties Pro Persona, Altrecht, Arkin en Parnassia besluiten genomen om plaatsen in klinieken voor mensen met ernstige en langdurige psychische of psychiatrische gezondheidsproblemen deels of gedeeltelijk te sluiten.

De voorgenomen sluitingen treffen mensen die specialistische ggz hulp nodig hebben. Niet alleen treft dit direct mensen die nu deze hulp krijgen. Ook raakt dit de mensen die hiervoor op de wachtlijst staan, hun naasten en de medewerkers. Het gaat om mensen die al meerdere trajecten hebben doorlopen en langdurig op wachtlijsten stonden of staan voordat zij deze gespecialiseerde hulp kregen. Om de benodigde hulp te kunnen bieden is expertise juist in deze klinieken gecentreerd. Bij het verloren gaan van deze expertise is er geen passend alternatief omdat deze hulp voor deze mensen juist al het laatste redmiddel is.

LOC vraagt hierbij nadrukkelijk aandacht voor het menselijke aspect van deze gang van zaken. Deze ontwikkeling van het sluiten van plaatsen raakt mensen in de langdurige ggz en hun naasten in hun menselijke waardigheid en brengt veel onrust met zich mee en angst en onzekerheid.  Deze mensen en hun naasten zetten een grote stap wanneer zij zich eraan committeren dat zij voor deze zeer intensieve hulptrajecten op de wachtlijsten willen komen staan. Door de voorgenomen sluitingen verliezen zij hun toch vaak al wankele toekomstperspectief en hoop op een betere kwaliteit van leven. Het verergert de gezondheidsproblemen, doet een zwaar beroep op de omgeving en leidt uiteindelijk tot zwaardere en duurdere zorg. Mensen vragen zich af of er voor de hulp die zij nodig hebben wellicht ook stopzetting dreigt; worden psychische en psychiatrische gezondheidsproblemen wel serieus genomen worden als hulp zomaar stopgezet kan worden; betekent dit dat mensen met ernstige fysiek-medische aandoeningen meer waard zijn dan mensen met ernstige psychische en psychiatrische gezondheidsproblemen?

We vrezen dat als het al mogelijk is om de voorgenomen sluiting bij deze organisaties niet door te laten gaan, dit zal leiden tot het stopzetten van de hulp bij andere organisaties met speciale expertise waardoor er andere mensen de dupe worden. Wij vragen ons af, sturen we in Nederland de ggz aan om grote aantallen mensen te helpen of willen we dat de ggz mensen helpt die de zorg het hardst nodig hebben? Tijdens het debat op 31 mei gaf de minister inderdaad aan dat zij niet op de stoel van individuele zorgbestuurders van de betrokken ggz-instellingen kan zitten om sluitingen te voorkomen. Zij laat zich informeren via toezichthouders NZa en IGJ en spreekt zelf ook met betrokken cliënten, familieleden en zorgmedewerkers. Ook voert de minister gesprekken met sommige van de betrokken instellingen en met de actiegroep Red de ggz. Ze zal de Tweede Kamer informeren als deze gesprekken hebben plaatsgevonden.

Structurele en landelijke oplossing nodig – ggz vanuit waarden

Cliëntenraden geven aan dat zij deze sluiting als een structureel en landelijk probleem zien. We maken ons grote zorgen over de toekomst van alle mensen die specialistische hulp nodig hebben bij hun geestelijke gezondheidsproblemen. LOC Waardevolle zorg pleit voor een spoedige, structurele en landelijke oplossing waarbij zorg mogelijk is voor mensen die dit nodig hebben en waarover cliënten daadwerkelijk zeggenschap hebben.

Voor de lange termijn is een fundamentele verandering nodig in de langdurige geestelijke gezondheidszorg. Dat kan ook, zo laten kleinschalige ontwikkelingen en alternatieven zien. De beweging Radicale vernieuwing langdurige ggz bestaat uit een groep mensen die als visie heeft dat het er vooral om gaat dat mensen een zinvol en waardevol leven leiden – met vanuit die basis ook de nodige aandacht voor psychische problemen. Zij zetten zich ervoor in om goede initiatieven te versterken en met elkaar te zorgen voor een grotere impact. De beweging werkt onder andere samen met kenniscentrum Phrenos, Trimbos-instituut, de Nederlandse ggz en Valente.

Debat Tweede Kamer en vervolg

Tijdens het debat dat 11 mei plaatsvond, heerste moedeloosheid over dat de ggz problemen van nu al zo lang duren en eerder meer dan minder lijken te worden. Tweede Kamerleden uitten zich kritisch over de voorgenomen sluitingen en gaven ze aan grote zorgen te hebben over de ontwikkelingen. Grotendeels sloten de vragen aan bij de inbreng die LOC gaf: de specialistische zorg dient beschikbaar te blijven en er moet gezocht worden naar structurele lange termijn oplossingen. Er was in het debat veel aandacht voor de menselijke kant en het belang van continuïteit van zorg en rust werd vooropgesteld. Minister Helder toonde weliswaar veel inlevingsvermogen, maar gaf ook aan dat ze, hoewel ze dat wel zou willen, niet alles meteen kan oplossen. Ze zet zich ervoor in dat het zorgaanbod ‘aan de voorkant op orde blijft’ en wil voor de zomer overzicht bieden over welke specialistische zorg waar beschikbaar is. Ook is ze voornemens om een actievere rol in te nemen via toezicht en bracht ze nogmaals een meldpunt onder de aandacht. Verschillende Tweede Kamerleden gaven aan niet gerust te zijn met de toezeggingen. Zij vroegen daarom een zogenaamd tweeminutendebat aan, waarin Kamerleden moties kunnen indienen. Dit debat vond plaats op 31 mei. Verschillende Kamerleden dienden moties in. Onder andere om de voorgenomen sluitingen te voorkomen. Over deze moties stemde de Tweede Kamer op dinsdag 7 juni. Een aantal moties werd verworpen. Dat zijn de moties waarin de minister werd opgeroepen ervoor te zorgen dat geen enkele ggz-instelling sluit tot de NZa klaar is met haar analyse; over het openhouden van de Centra voor Psychotherapie en het ondersteunen van de medewerkers van het Centrum voor Psychotherapie in Lunteren. De moties die werden aangenomen zijn: een oproep aan de regering om in gesprek te gaan met betrokken partijen over hoe (boven)regionale overlegtafels voor mensen die op wachtlijsten staan beter kunnen gaan functioneren; de mogelijkheid van betaalde ervaringsdeskundigen verder onder de aandacht brengen en structurele monitoring van het zorgaanbod met het oog op de beschikbaarheid en de bereikbaarheid van de zorg.

Medezeggenschap te laat betrokken bij voorgenomen sluitingen

Een zorgorganisatie is bij een voorgenomen besluit tot sluiting verplicht om een adviesaanvraag te doen bij de cliëntenraad volgens de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen 2018 (Wmcz). De wet zegt dat dit op een zodanig tijdstip dient te zijn dat de cliëntenraad redelijkerwijs genoeg tijd heeft zich een goed oordeel ter zake te vormen. En dat het advies van wezenlijke invloed kan zijn op het te nemen besluit. In de praktijk komt het voor dat organisaties eerst cliënten en medewerkers informeren over het voorgenomen besluit en dat de cliëntenraad daarna de adviesaanvraag ontvangt.

Cliënten krijgen te horen dat het stoppen van deze zorg noodzakelijk is vanwege financiële problemen of omdat er personeelstekorten zijn. Zij vragen zich af wat de precieze problemen zijn en of er echt geen andere oplossingen mogelijk zijn in overleg met de zorgkantoren. Cliënten en cliëntenraden voelen zich door de gang van zaken buitenspel gezet en niet serieus genomen. Terwijl zij daadwerkelijk mee willen denken en zich willen inspannen om te zoeken naar zo goed mogelijke oplossingen voor cliënten en voor de organisatie. Ook vanuit menselijk- en behandel-oogpunt is het van belang dat organisaties de cliënten tijdig bij dergelijke ingrijpende besluiten betrekken en dat zij daadwerkelijk kunnen meebeslissen.

Procesmatig is het volgens LOC Waardevolle zorg niet de juiste weg van een zorgorganisatie om eerst medewerkers en cliënten te informeren over de aanstaande sluiting en daarna advies te vragen aan de cliëntenraad. We vragen ons dan ook af in hoeverre sprake kan zijn van wezenlijke invloed op het te nemen besluit door cliënten, wanneer de organisatie al uitvoering geeft aan het besluit dat zij (formeel) nog moeten nemen. Een en ander doet veronderstellen dat de cliëntenraad alleen nog invloed kan uitoefenen op de manier waarop het besluit uitgevoerd gaat worden en kan proberen om nadelige gevolgen voor de cliënten te beperken. Dat past niet bij de geest van de Wmcz. Daarom vroeg LOC de Kamerleden in het debat voor te leggen welk belang de minister hecht aan dat cliënten invloed kunnen uitoefenen op het beleid van de ggz-organisatie en vanaf welk moment zij vindt dat ggz-organisaties cliëntenraden zouden moeten betrekken. Hoewel de rol van medezeggenschap niet aan de orde kwam tijdens het debat, gaf de minister zelf aan dat zorgvuldige communicatie met cliënten en medewerkers erg belangrijk is. Zij zou daarover de betreffende organisaties al aangesproken hebben. 

Verder lezen

Dit bericht is eerst verschenen op 10 mei 2022, laatste update 10 juni 2022

Download artikel als PDF

Praat mee!

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deelnemers platform

Meer bekijken

Nieuwsbrief

  • * Heb je onze nieuwsbrief eerder ontvangen en je afgemeld? Meld je dan aan via webmaster@loc.nl
  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.